Ondergewicht en ondervoeding
Mensen met ondergewicht zijn lichter dan goed is voor de gezondheid. Ondergewicht is een risico-indicator voor ondervoeding. Gezond eten is belangrijk om alle voedingsstoffen binnen te krijgen die het lichaam nodig heeft. De nadruk ligt hierbij op voldoende inname van eiwit en energie. Als er een tekort is aan voedingsstoffen, gaat de afweer achteruit en gebruikt het lichaam reservevoorraden uit vet- en spierweefsel. Hierdoor wordt het vet- en spierweefsel afgebroken. Vooral de afbraak van spierweefsel is nadelig.
Ondergewicht is eenvoudig vast te stellen met de Body Mass Index (BMI) en het meten van de middelomtrek. Iemand heeft ondergewicht bij een BMI onder de 18,5. Ondergewicht ontstaat als de hoeveelheid energie die iemand binnenkrijgt via eten en drinken langere tijd minder is dan het lichaam gebruikt (verbrandt).
Ondergewicht komt relatief vaak voor bij ouderen in zorginstellingen en ziekenhuizen en bij zieken. Bijvoorbeeld door een gebrek aan eetlust, kauw- en slikproblemen, een slecht werkende darm, angst, eenzaamheid, depressiviteit, bij een verhoogd energiegebruik of bij een eetstoornis.
Hoe kunnen wij helpen?
Bij ondergewicht is het verstandig niet verder af te vallen en proberen om aan te komen. Gezond eten is belangrijk om alle voedingsstoffen binnen te krijgen die het lichaam nodig heeft zoals eiwitten, essentiële vetzuren, vitamines en mineralen. De nadruk ligt op voeding met voldoende eiwit en energie, in combinatie met bewegen voor de spieropbouw.